Vanmorgen een contributie ten mijnen blog gekregen van ex-collega tekenscholier Jeroen, veelen dank jegens jou!

Ha de ironie van het laatste kadertje!
Vanmorgen een contributie ten mijnen blog gekregen van ex-collega tekenscholier Jeroen, veelen dank jegens jou!

Ha de ironie van het laatste kadertje!

Omdat de vorige post héél veel lezen was, nu héél héél weinig lezen.

Veertien jaar, misschien vijftien, donkerbruin onverzorgd haar, beugel, dons boven de lippen, confectiekledij, hip noch trendy, poging tot… Doet me wat denken aan mijn broer op een manier. Hij staat voor me in de rij, wachtend tot de medewerkers van broodjeszaak Panos hem met een duidelijke “volgende?” adresseren. Hij is onrustig, ik kan slechts raden waarom. Hij draait en keert constant, maar nooit met ook maar één ziertje vastberadenheid. Tijdens één van z’n met-twijfel-overgoten bewegingen vang ik zijn gelaatsuitdrukking op. Ik zie wanhoop in zijn ogen, een blik van “Komaan, waarom ik nu weer?”… maar om welke reden?
“Edde gij nog geld?”, hoor ik vaag. Twee keer, drie keer richt hij zich met diezelfde vraag of een lichte variant erop tot zijn entourage. Nee, hij is niet alleen, maar tegelijkertijd eigenlijk heel erg wel.
Ik focus me op de dialogen onderling, probeer te achterhalen wat er gaande is. “Vraag ‘t keer aan Tommy, die staat beneden. Kijk daar! Ie sta zelfs mee zijn portefeuille in zijn handen”. Ik dacht, “doet hij niet”… maar nee, doet hij wel. De scene eindigt met een pijnlijke “Majawel ge ebt nog geld Tommy, ket juust gezien! Allé gauw…” Hij keert met lege handen terug naar zijn kudde. Ondertussen verklaart de reden van wanhoop zich: De jongen heeft geen geld bij om z’n aankoop te financieren bij broodjeszaak Panos.
Ik zie dat niet graag, ik word daar triest van. Ik herken die wanhoop, spijtig genoeg. Het enige wat je wil is een broodje halen, en als je een keer geld moet lenen, dat gewoon kunnen. Niks viseren, geen poppenkastpop worden, niet de ene opmerking na de andere incasseren… gewoon je broodje halen zoals iedereen, dat is alles.
“Vraaget anders keer aan die meneer achter u”, klinkt het opeens. Ik wordt niet graag meneer genoemd, ik ben voel me nog geen meneer alleszins. Het algemene leedvermaak van de jongens sterft een vroege dood wanneer ik meteen opkijk en non-verbaal laat blijken dat ik maar wat goed wist wat er gaande was. En dan, gefluister, je kent dat wel.
Vrij spontaan haalt deze meneer zijn portefeuille boven, dat zien ze niet. Ik check even: ja, genoeg geld bij, voor mij en… en daar stopt het. Ik had het nochtans allemaal degelijk gepland. Ik ging het doen zoals in de films: Zelfzeker naar de jongen toe stappen, hem de 3 euro overhandigen en nog een paar wijze woorden meegeven. “Hier, op voorwaarde dat je me belooft je nooit meer zo te laten behandelen”, of “Alsjeblief, geef ze nooit meer de kans om zoiets te doen”. Maar de barmhartige in mij die het zo goed voor had verdwijnt in het niets. Opeens werd ik zelf die jongen. Beter gezegd, werd ik terug die jongen.
Ondertussen wordt de rij kleiner. De bende steekt een tandje bij. “Ik ga zo’n donut met chocola op kopen, pakt gij da confituretaartje. Dan elk de helft”. Niet alleen hebben zijn “vrienden” dus wel degelijk geld op zak, ze vinden het klaarblijkelijk ook een goed idee om het voor de ogen van de jongen te spenderen aan overbodige luxe.
Ik zie dat niet graag, ik word daar triest van. Dat gepest is toch nergens voor nodig? Ik snap niet dat je daar voldoening uit kunt halen, iemand kleineren voelt toch niet goed aan? Dat is als een puppy doodknuppelen voor mij, je geweten is op dat moment de ene klap na de andere aan het verwerken. Dat moet toch kwellen? Op Studio Brussel werd het onlangs behandeld en iemand belde in om te zeggen dat “sommigen er gewoon om vragen omdat ze zich zodanig idioot gedragen”. Wat een bullshit. Niemand, maar dan ook niemand verdient het om gepest te worden. Je kan storende mensen gerust eens op hun plaats zetten door ze een koekje van eigen deeg te geven, dat wel. Maar pesten is gewoon continu kleineren zonder reden, zonder enig doel. En wie heeft daar in godsnaam ook maar een beetje baat bij? Veelal is het een poging tot respect afdwingen bij je maats. F*ck that, het is gewoon lafheid in zijn reinste vorm …
“Volgende?”, daar heb je het, de gang plaatst zijn bestelling bij broodjeszaak Panos. De jongen tracht het alsnog voor mekaar te krijgen. Van voor naar achter en van links naar rechts probeert hij tevergeefs de luttele 3 euro bij mekaar te scharrelen. Geen succes natuurlijk want de anderen hangen met hun kwijlmondjes tegen de vitrine, belangrijke knopen aan het doorhakken zoals de beslissing “mét of zonder glazuur”…
Dan volgt het pijnlijkste moment. De medewerker van broodjeszaak Panos vraagt aan de jongeheren of dat alles is. In koor wordt er volmondig “Ja!” gescandeert, alleen die ene jongen… die schreeuwt met de zelfde wanhoop als dat op zijn gelaat staat iets in de zin van: “Nee! Wacht!” Alleen, hij kan niet anders dan halverwege de “Nee!” zijn protest te staken… Hij heeft immers geen geld noch vrienden die hem uit de nood willen helpen. Hij heeft gefaald, of liever, zij hebben gefaald.
De bende zet zijn weg verder, de jongen volgt, teneergeslagen. En ik, ik sta mijn broodje in ontvangst te nemen. Ik voel me niet goed. Op de weg naar buiten maak ik een omweg om te zien of ik de jongelui nog ergens kan treffen. Misschien kan ik de jongen dan toch nog wat troost of raad meegeven. Helaas, nergens meer te bekennen.
Ik zie dat niet graag, ik word daar triest van. Ik word daar nijdig van. Mensen zeggen wel eens dat als je gepest wordt, je je later wel sterker en weerbaarder kan opstellen, en het zou ook karakter geven. Maar hoeveel keer is het verhaal al niet de revue gepasseerd van grove misdadigers die dan een verleden vol kleineren en mishandeling blijken te hebben… Waar is de weerbaarheid en het karakter dan gebleven? Pas op, het kan wel, maar is eerder uitzondering dan regelmaat. De reden daarvoor ligt bij externe factoren waar je gewoon voor een deel geluk moet bij hebben denk ik. De juiste vrienden vinden, zorgzame ouders, bekwame leerkrachten, succeservaringen in het algemeen… Allemaal kunnen ze bijdragen tot het omvormen van die nare herinneringen tot bruikbare kennis, als ik het zo mag noemen.
Ik had zo iemand kunnen zijn, denk ik achteraf dan. Als ik die jongen had aangesproken zou hij daar misschien moed uit geput hebben en dat beetje hoop zou hem op weg zetten naar het worden van iemand die gewoon om een broodje kan gaan bij broodjeszaak Panos, en kan rekenen op zijn buddies als hij eens tekortschiet. Maar ik deed het niet, het karakter dat ik dacht te hebben, liet het plots afweten. Al die jaren kunnen een mens zo veranderen maar een stukje vroeger blijf je altijd. Als je je opeens weer bevindt of ongewild inleeft in een situatie zoals vroeger en je hebt geen enkele houvast die je opgedane weerbaarheid kan bevestigen, ben je terug machteloos. Het is zoals naar een klasreünie gaan om het verleden goed te maken door te tonen dat je er staat nu, dat het goed met je gaat, dat ze ongelijk hadden. Maar opeens ben je gewoon weer zoveel jaar terug en is er niks veranderd terwijl dat zó wel het geval is. Opnieuw word je scheef bekeken en weinig interessant bevonden, weeral.
Ik zie dat niet graag, ik word daar triest van. Ik word daar pissed off van. Ik heb niks kunnen doen voor die jongen, niks goede daad, nothing to show for… Ik kan enkel maar hopen dat hij vanzelf het besef krijgt dat hij die handel moet aanpakken, zo goed als hij kan, en dat zorgeloze leventje krijgt dat hij verdient zoals eenieder dat verdient. Ik hoop dat hij dan toch nog de mensen ontmoet die wél durven naar hem toe stappen en het doen zoals in de film. En ik hoop dat ik op dit eigenste moment zo’n mensen creëer door ze dit te laten lezen. Er zullen er vast zijn die dit maar een hoopje emo-rant vinden, die gehoopt hadden op een stuk satire of een banaal stripverhaal. Jammer, vandaag niet, u vindt de weg naar buiten wel. Voor de mensen die blijven en vastberaden zijn die jongen te helpen, merci. Dan heb ik misschien toch nog iets kunnen doen voor hem… ?
En wie dattet ier in ‘t belachelijke trekt, krijgt ip zijn muile van kabouter Wesley!

Gisteren online gegaan, stopkinderporno.be. In ‘t kort: Je zou per provincie moeten kunnen nagaan of er veroordeelde molesteurs in de directe omgeving wonen. Wat je daar dan mee opschiet behalve de flinke portie buurtparanoia, ik zou het niet weten. En voor de misbruikers zelf, vreugde alom, eindelijk een social networksite op hun maat … Hoera … ? Nee, toen ik het bericht via de radio vernam stond ik er al redelijk sceptisch tegenover, maar vandaag heb ik de site zelf eens bezocht en ik moet zeggen …
Ik vind geen FAIL-sticker groot genoeg om het misbaksel op te kleven. FOR. REAL. Hoe in godsnaam wil je ook maar een beetje serieus genomen worden als je met zo’n gedrocht uitpakt? De vormgeving is een emo-collage van slechtgekozen beelden en lettertypes, en de layout valt uit elkaar als een MP3-speler van den Aldi. Het hele concept is zo wankel dat ik niet weet met wat eerst te spotten, echt. En in de eerste plaats zou ik het zelfs niet mogen, kindermisbruik en/of bezit van kinderporno is niet om mee te lachen. Het verwoest levens nog vóór die überhaupt van start zijn gegaan. Maar om het dan op zo’n amateurische manier aan de man willen brengen is gewoon keihard je eigen ramen ingooien. Met bulldozers en olifanten. Terug naar de tekentafel of afvoeren die handel, zeg dat ik het gezegd heb.
Oja, en misschien een eindredacteur in dienst nemen. Hieronder de eerste twee zinnen uit een willekeurig artikel van de site:
Het is ondertussen bijna 13 jaar geleden dat die viespeuk me niet gerust kon laten. Maar iedere dag sta ik ermee op en ga ik er mee slapen.
Very, VERY poor choice of words.
Al heel het weekend met griep in bed en nog maar eens een parkeerboete omdat ik uitgerekend die dag mijn parkeerschijf niet meer vond … Gelukkig kan ik juist op deze momenten zwarte humor extra smaken:
